De scherpschutter

Eenmaal aangekomen op de roltrap
Kwam hij erachter dat hij,
In tegenstelling tot zijn vrouw,
De trein wél gemist had.

De kannibaal

‘t Is eten of gegeten worden
Dus toen de cops verschenen
Ging hij het op zijn vingers na
En nam hij snel haar benen.

Samen ongelukkig

Mijn vriendin wil graag een gedicht
Over haar stralende ogen
Haar parelmoeren glimlach
En goudblinkende engelenhaar.

Ik wil gewoon een lekker wijf.

Oh zoete ironie

Zwijgend at Hans zijn pitloze witte druiven
Hetgeen op mij overkwam
Als een ontroerend voorbeeld
Van kannibalisme.

Voordat ge begint

Wie stil blijft staan
Die komt er niet
Maar voordat ge begint,
Beziet
Want wie niet denkt
Voordat hij doet
Schiet juist niet raak
Maar in zijn voet.